1) Talen op het internet: vink de juiste beweringen aan
A ) ASP begint met <%
B ) Het aantal bezoekers bijhouden gebeurt met een server sided scripting
C ) CSS heeft te maken met opmaak
D ) onclick="alert('hoi')" is Javascript
E ) PHP is een concurrent van ASP

2) Hosting: vink de juiste beweringen aan
A ) Domeinnamen worden bijgehouden bij DNS
B ) Een .be is duurder dan een .com
C ) MySQL en Access zijn databases die op het web veel gebruikt worden.
D ) Frontpage is een concurrent van Mozilla Firefox
E ) De begrippen server en provider zijn identiek

3) Frontpage basisopmaak: vink de juiste beweringen aan.
A ) In Frontpage ontwerp kan men een regel selecteren door in de linkermarge te klikken.
B ) Als men een achtergrondkleur instelt kan men geen achtergrondfiguur gebruiken
C ) Dit dient om geselecteerde letters stapsgewijs te vergroten
D ) Een zelf gemaakt opmaakprofiel veroorzaakt CSS.
E ) Een lettertype kan maar weergegeven worden als het ook in de computer van de bezoeker aanwezig is.

4) Figuren :vink de juiste beweringen aan
A ) Deze figuur zit in de map figuren
B ) Een bitmap wordt veel gebruikt op internet
C ) Een gif kan bewegende beelden bevatten
D ) De tag voor een afbeelding begint met image
E ) Bij het verkleinen van een figuur pas je best de pixels aan. De figuur neemt dan minder geheugen in.

5) Hyperlinks: vink de juiste beweringen aan
A ) Een link naar een andere site noemt men intern
B ) In een maillink kan je reeds het onderwerp van de mail definiëren
C ) In een link kan je verwijzen naar een bladwijzer op een andere pagina.
D ) Miniaturen leggen een link naar de webpagina met het origineel
E ) Een hotspot kan een andere vorm dan een rechthoek hebben

6) Uploaden: vink de juiste beweringen aan
A ) WS FTP is een FTP programma
B ) Alle servers hebben ook FTP ondersteuning
C ) Met deze knop kan je uploaden
D ) Hiermee herstel je de verbinding
E ) Als je naar een map verwijst in een URL dan zoekt de browser naar index of default bestanden

7) Tabellen: vink de juiste beweringen aan
A ) Dat de tekst niet tegen de rand plakt komt omdat men ruimte tussen de cellen heeft gelaten
B ) De donkere rand is rood ingesteld
C ) Deze celranden zijn samengewouwen
D ) Dit is een indelingstabel
E ) Men kan bij een tabel geen achtergrondfiguur instellen.

8) De werkbalk tabellen: vink de juiste beweringen aan
A ) Hiermee maak je een indelingscel
B ) Hiermee verwijder je cellen
C ) Hiermee kan je cellen samenvoegen
D ) Dit zet de geselecteerde kolommen even breed
E ) Hiermee worden de afmetingen van de tabellen getoond

9) Lagen: vink de juiste beweringen aan
A ) Bij overlapping komt laag2 boven laag1
B ) Bij verplaatsen van laag2 komt ook laag1 mee (in de ontwerpfase)
C ) Met deze knop voegt men lagen toe
D ) Bij plakken van een figuur komt deze in laag1 te staan
E ) Lagen kunnen net zoals tabellen in cellen worden onderverdeeld

10) werkbalk figuren: vink de juiste beweringen aan.
A ) Hiermee zet men een schuine rand
B ) Deze knop dient om de figuur naar zijn beginwaarden terug te zetten
C ) Met deze knop kan men een figuur in zwart wit zetten
D ) Hiermee verhoogt men de Z index van de figuur
E ) Deze knop dient om automatisch een miniatuur te maken.

11) Web componenten: vink de juiste beweringen aan
A ) Men kan een lichtkrantje zo regelen dat slechts één maal over het scherm beweegt.
B ) Bij de interactieve knoppen wordt er door Frontpage, per knop, vier afbeeldingen gemaakt.
C ) Bij een fotocollage wordt er door Frontpage een map met naam, photogallery gebruikt.
D ) Een kalender is een voorbeeld van een Active X besturingselement
E ) Een ingevoegd werkblad in Excel kan maar bewerkt worden als de browser Office 2003 Web Components compatibel is.

12) Web objecten: vink de juiste bewering aan.
A ) Met een externe in-line frame heb je geen controle over de inhoud.
B ) Een tekstballonnetje is een autovorm
C ) In Word art kan men kleurverloop gebruiken.
D ) Een link naar filmpje.wmv opent een webpagina met de film
E ) DHTML is een combinatie van HTML en een scriptingtaal

13) Frames: vink de juiste beweringen aan.
A ) De code komt overeen met het voorgestelde type framespagina
B ) Hier is de framerand zichtbaar
C ) Deze site bevat minstens 20 bestanden
D ) Deze frameset bestaat uit twee kolommen. De linkse is 222 pixels hoog.
E ) Dit frame opent met de pagina beethovenwerken.htm.

14) CSS: vink de juiste beweringen aan.
A ) De toestand active bij een hyperlink is de gewone kijkstand
B ) Men kan met css een figuur als achtergrond gecentreerd op het blad zetten
C ) Met class kan je een css opmaakstijl toepassen op een object
D ) a.fel {color: #00FF00} geldt voor alle hyperlinks
E ) Als men het standaardlettertype wijzigt, dan wijzigen ook de H1 en H2 koppen automatisch mee tenzij ze zelf een ander gedefinieerd lettertype hebben.

15) Formulier objecten: vink de juiste beweringen aan
A ) Met deze knop kan men zowel keuzelijsten als vervolgkeuzelijsten maken
B ) Hier zie je twee formulieren
C ) Deze selectievakjes hebben dezelfde groepsnaam
D ) Men kan een keuzelijst zo instellen dat men met de Control toets ingedrukt ,meerdere keuzes kan selecteren.
E ) Een kalender is een ActiveX-besturingselement.

16) Formulier gegevensoverdracht: vink de juiste beweringen aan
A ) Deze tags geven het begin en eind van ASP code weer.
B ) Deze gegevens worden met de POST methode overgedragen
C ) Je hebt hiervoor Frontpage Server Extensies nodig.
D ) Verwerking.htm is een mogelijk voorbeeld van een pagina die de formulier gegevens verwerkt
E ) request.form("naam") wordt gebruikt bij POST en request("naam") bij GET

17) Javascript basisbegrippen: vink de juiste beweringen aan.
A ) onDblClick is een gebeurtenis
B ) de naam van een functie wordt gevolgd door ()
C ) window.document.status= "Hallo" laat in de statusbalk de tekst Hallo verschijnen
D ) alert("prima") veroorzaakt een berichtvenster met prima.
E ) jscript is net zoals Javascript een client sided scripting taal

18) Databases: vink de juiste beweringen aan
A ) De naam van de tabel is ledenbestand
B ) Hier zijn er vier velden en vijf records
C ) Het veld lidnr heeft een primaire sleutel.
D ) Dit veld moet niet ingevuld worden. Het vermeerdert met 1 bij elk nieuw record.
E ) Dit is tabelopbouw zoals in mySQL voorgesteld

19) ASP schrijven naar de database: vink de juiste beweringen aan.
A ) Hiermee haalt men gegevens uit de database
B ) De database wordt geopend voor lezen alleen
C ) Hiermee wordt de huidige datum toegekend aan het veld boekingsdatum
D ) De database werd ondergebracht in een map databases
E ) Hiermee stelt men lees en schrijf rechten in op de database

20) ASP lezen uit de database: vink de juiste beweringen aan.
A ) Begin van een lus.
B ) Deze code bevat een fout
C ) Deze code besluit met een witregel.(=een regel waar geen tekst staat)
D ) Controleert of er nog gegevens zijn.
E ) Dit is HTML code

21) ASP lezen uit de database: vink de juiste beweringen aan.
A ) POP3 staat in voor de uitgaande email
B ) Hiermee stuur je een mail naar e-mailadres dat in een formulier werd ingevuld.
C ) Deze regel zorgt voor het onderwerp van de mail
D ) Deze regel zorgt voor de werkelijke tekst van de mail
E ) FAQ staat voor Frequent Advanced Questions

22) Flash buttons: vink de juiste bewering aan.
A ) Met deze knop maak je een nieuwe laag aan.
B ) Het hit gedeelte bepaalt het gebied waar de link actief is.
C ) De laag is onzichtbaar gemaakt
D ) Om een link te leggen moet men getURL aanklikken
E ) Met dit venster maakt men een 'symbol'

23) Flash tweens: vink de juiste beweringen aan.
A ) Dit zijn shape tweens
B ) Hiermee kan je een rotatie instellen
C ) Om tekst van formaat te laten wijzigen met een tween maak je best eerst een graffic symbol
D ) Met een shape tween kan je bijvoorbeeld een achtergondkleur vloeiend laten wijzigen.
E ) Hiermee kan je de kleur wijzigen

24) Zoekmachines: vink de juiste beweringen aan.
A ) META NAME="robots" CONTENT="index,follow" zorgt er voor dat zoekrobots de links op je pagina volgen.
B ) Frames en Flash vormen een probleem bij de zoekrobot van Google.
C ) Hoe meer links van andere sites des te beter.
D ) Het is aan te raden om je mail adres op je site zetten met een link naar je mailprogramma.
E ) Je titel van je pagina komt in Google als link te staan. De titel is dus belangrijk.