Initiatie PC
Starten
Toetsenbord
De muis
Vensters
Balken
Word
Opslaan
Afdrukken
Internet
Mailen
Hard/software
Excel
Herhaling
Trajecten
Windows
Basisbegrippen
Messenger
Windows
Paint
Verkenner
Media Player
Help
Stations
Configuraties I
Configuraties II
Installeren
Problemen
Bits en bytes
Herhaling
Trajecten
Webdesign
Begrippen
Frontpage
Positioneren
Webobjecten
CSS
Formulieren
Javascript
Databases
ASP
Flash
Zoekmachines
Herhaling
Bijlagen
Trajecten
Extra's
Word
Excel
PowerPoint
Publisher
Access
Frontpage
Flash
Skype
Mailmerge
Trajecten
VBA
Basisbegrippen
Programmeren
OXO project
Verbindingen
Muziek project
Boomstructuren
VBA: verfijning
JOOMLA!
Welkom
Les 1
Les 2
1) Talen op het internet: vink de juiste beweringen aan
A ) ASP begint met <%
B ) Het aantal bezoekers bijhouden gebeurt met een server sided scripting
C ) CSS heeft te maken met opmaak
D ) onclick="alert('hoi')" is Javascript
E ) PHP is een concurrent van ASP
2) Hosting: vink de juiste beweringen aan
A ) Domeinnamen worden bijgehouden bij DNS
B ) Een .be is duurder dan een .com
C ) MySQL en Access zijn databases die op het web veel gebruikt worden.
D ) Frontpage is een concurrent van Mozilla Firefox
E ) De begrippen server en provider zijn identiek
3) Frontpage basisopmaak: vink de juiste beweringen aan.
A ) In Frontpage ontwerp kan men een regel selecteren door in de linkermarge te klikken.
B ) Als men een achtergrondkleur instelt kan men geen achtergrondfiguur gebruiken
C )
Dit dient om geselecteerde letters stapsgewijs te vergroten
D ) Een zelf gemaakt opmaakprofiel veroorzaakt CSS.
E ) Een lettertype kan maar weergegeven worden als het ook in de computer van de bezoeker aanwezig is.
4) Figuren :vink de juiste beweringen aan
A )
Deze figuur zit in de map figuren
B ) Een bitmap wordt veel gebruikt op internet
C ) Een gif kan bewegende beelden bevatten
D ) De tag voor een afbeelding begint met image
E ) Bij het verkleinen van een figuur pas je best de pixels aan. De figuur neemt dan minder geheugen in.
5) Hyperlinks: vink de juiste beweringen aan
A ) Een link naar een andere site noemt men intern
B ) In een maillink kan je reeds het onderwerp van de mail definiëren
C ) In een link kan je verwijzen naar een bladwijzer op een andere pagina.
D ) Miniaturen leggen een link naar de webpagina met het origineel
E ) Een hotspot kan een andere vorm dan een rechthoek hebben
6) Uploaden: vink de juiste beweringen aan
A ) WS FTP is een FTP programma
B ) Alle servers hebben ook FTP ondersteuning
C )
Met deze knop kan je uploaden
D )
Hiermee herstel je de verbinding
E ) Als je naar een map verwijst in een URL dan zoekt de browser naar index of default bestanden
7) Tabellen: vink de juiste beweringen aan
A )
Dat de tekst niet tegen de rand plakt komt omdat men ruimte tussen de cellen heeft gelaten
B )
De donkere rand is rood ingesteld
C )
Deze celranden zijn samengewouwen
D )
Dit is een indelingstabel
E )
Men kan bij een tabel geen achtergrondfiguur instellen.
8) De werkbalk tabellen: vink de juiste beweringen aan
A )
Hiermee maak je een indelingscel
B )
Hiermee verwijder je cellen
C )
Hiermee kan je cellen samenvoegen
D )
Dit zet de geselecteerde kolommen even breed
E )
Hiermee worden de afmetingen van de tabellen getoond
9) Lagen: vink de juiste beweringen aan
A )
Bij overlapping komt laag2 boven laag1
B )
Bij verplaatsen van laag2 komt ook laag1 mee (in de ontwerpfase)
C )
Met deze knop voegt men lagen toe
D )
Bij plakken van een figuur komt deze in laag1 te staan
E ) Lagen kunnen net zoals tabellen in cellen worden onderverdeeld
10) werkbalk figuren: vink de juiste beweringen aan.
A )
Hiermee zet men een schuine rand
B )
Deze knop dient om de figuur naar zijn beginwaarden terug te zetten
C )
Met deze knop kan men een figuur in zwart wit zetten
D )
Hiermee verhoogt men de Z index van de figuur
E )
Deze knop dient om automatisch een miniatuur te maken.
11) Web componenten: vink de juiste beweringen aan
A ) Men kan een lichtkrantje zo regelen dat slechts één maal over het scherm beweegt.
B ) Bij de interactieve knoppen wordt er door Frontpage, per knop, vier afbeeldingen gemaakt.
C ) Bij een fotocollage wordt er door Frontpage een map met naam, photogallery gebruikt.
D ) Een kalender is een voorbeeld van een Active X besturingselement
E ) Een ingevoegd werkblad in Excel kan maar bewerkt worden als de browser Office 2003 Web Components compatibel is.
12) Web objecten: vink de juiste bewering aan.
A ) Met een externe in-line frame heb je geen controle over de inhoud.
B ) Een tekstballonnetje is een autovorm
C ) In Word art kan men kleurverloop gebruiken.
D ) Een link naar filmpje.wmv opent een webpagina met de film
E ) DHTML is een combinatie van HTML en een scriptingtaal
13) Frames: vink de juiste beweringen aan.
A )
De code komt overeen met het voorgestelde type framespagina
B )
Hier is de framerand zichtbaar
C )
Deze site bevat minstens 20 bestanden
D )
Deze frameset bestaat uit twee kolommen. De linkse is 222 pixels hoog.
E )
Dit frame opent met de pagina beethovenwerken.htm.
14) CSS: vink de juiste beweringen aan.
A ) De toestand active bij een hyperlink is de gewone kijkstand
B ) Men kan met css een figuur als achtergrond gecentreerd op het blad zetten
C ) Met class kan je een css opmaakstijl toepassen op een object
D ) a.fel {color: #00FF00} geldt voor alle hyperlinks
E ) Als men het standaardlettertype wijzigt, dan wijzigen ook de H1 en H2 koppen automatisch mee tenzij ze zelf een ander gedefinieerd lettertype hebben.
15) Formulier objecten: vink de juiste beweringen aan
A )
Met deze knop kan men zowel keuzelijsten als vervolgkeuzelijsten maken
B )
Hier zie je twee formulieren
C )
Deze selectievakjes hebben dezelfde groepsnaam
D ) Men kan een keuzelijst zo instellen dat men met de Control toets ingedrukt ,meerdere keuzes kan selecteren.
E ) Een kalender is een ActiveX-besturingselement.
16) Formulier gegevensoverdracht: vink de juiste beweringen aan
A )
Deze tags geven het begin en eind van ASP code weer.
B )
Deze gegevens worden met de POST methode overgedragen
C )
Je hebt hiervoor Frontpage Server Extensies nodig.
D ) Verwerking.htm is een mogelijk voorbeeld van een pagina die de formulier gegevens verwerkt
E ) request.form("naam") wordt gebruikt bij POST en request("naam") bij GET
17) Javascript basisbegrippen: vink de juiste beweringen aan.
A ) onDblClick is een gebeurtenis
B ) de naam van een functie wordt gevolgd door ()
C ) window.document.status= "Hallo" laat in de statusbalk de tekst Hallo verschijnen
D ) alert("prima") veroorzaakt een berichtvenster met prima.
E ) jscript is net zoals Javascript een client sided scripting taal
18) Databases: vink de juiste beweringen aan
A )
De naam van de tabel is ledenbestand
B )
Hier zijn er vier velden en vijf records
C )
Het veld lidnr heeft een primaire sleutel.
D )
Dit veld moet niet ingevuld worden. Het vermeerdert met 1 bij elk nieuw record.
E )
Dit is tabelopbouw zoals in mySQL voorgesteld
19) ASP schrijven naar de database: vink de juiste beweringen aan.
A )
Hiermee haalt men gegevens uit de database
B )
De database wordt geopend voor lezen alleen
C )
Hiermee wordt de huidige datum toegekend aan het veld boekingsdatum
D )
De database werd ondergebracht in een map databases
E )
Hiermee stelt men lees en schrijf rechten in op de database
20) ASP lezen uit de database: vink de juiste beweringen aan.
A )
Begin van een lus.
B )
Deze code bevat een fout
C )
Deze code besluit met een witregel.(=een regel waar geen tekst staat)
D )
Controleert of er nog gegevens zijn.
E )
Dit is HTML code
21) ASP lezen uit de database: vink de juiste beweringen aan.
A ) POP3 staat in voor de uitgaande email
B )
Hiermee stuur je een mail naar e-mailadres dat in een formulier werd ingevuld.
C )
Deze regel zorgt voor het onderwerp van de mail
D )
Deze regel zorgt voor de werkelijke tekst van de mail
E ) FAQ staat voor Frequent Advanced Questions
22) Flash buttons: vink de juiste bewering aan.
A )
Met deze knop maak je een nieuwe laag aan.
B )
Het hit gedeelte bepaalt het gebied waar de link actief is.
C )
De laag is onzichtbaar gemaakt
D )
Om een link te leggen moet men getURL aanklikken
E )
Met dit venster maakt men een 'symbol'
23) Flash tweens: vink de juiste beweringen aan.
A )
Dit zijn shape tweens
B )
Hiermee kan je een rotatie instellen
C )
Om tekst van formaat te laten wijzigen met een tween maak je best eerst een graffic symbol
D )
Met een shape tween kan je bijvoorbeeld een achtergondkleur vloeiend laten wijzigen.
E )
Hiermee kan je de kleur wijzigen
24) Zoekmachines: vink de juiste beweringen aan.
A ) META NAME="robots" CONTENT="index,follow" zorgt er voor dat zoekrobots de links op je pagina volgen.
B ) Frames en Flash vormen een probleem bij de zoekrobot van Google.
C ) Hoe meer links van andere sites des te beter.
D ) Het is aan te raden om je mail adres op je site zetten met een link naar je mailprogramma.
E ) Je titel van je pagina komt in Google als link te staan. De titel is dus belangrijk.