Ik ga er van uit dat je kennis hebt van HTML. Zo niet is het verstandig om
eerst de cursus HTML, ook hier te vinden, door te werken.
Wat gaan we doen? Ik had al in de HTML-cursus verteld dat je met
formulieren mensen informatie kan laten invullen, en dan deze informatie weer
kan verwerken in een homepage. Dat en meer gaan we in deze cursus behandelen
Voordat dat zover is is het toch nodig om kennis te maken met functie's, en
om functie's te kennen heb je weer objecten en event handlers nodig. Als we
zover zijn dat we mensen dingen kunnen laten invullen om die gegevens weer te
gaan verwerken gaan we nog wat extra's behandelen als bijvoorbeeld tijd. In
volgorde leer je dus:
objecten (nieuw scherm, waarschuwing, ...)
functie's
functie's gebruiken
variabelen
extra's
JavaScript wordt vaak met Java vergeleken of Java genoemd.
Maar JavaScript is geen Java. Het belangrijkste verschil tussen
JavaScript en Java is dat Java een echte programmeertaal is, eigenlijk niet
bedoeld om homepages te maken/ verfraaien. Met Java kan je echte, op zich zelf
staande programma's maken. JavaScript, daar in tegen, is juist wel bedoeld voor
webpagina's en hiermee kan je geen op zich zelf staande programma's maken.
JavaScript kan zo door de browser gelezen worden. Je kan dus je Scripts zo in
je HTML-pagina invoegen. Het maakt niet uit of je dit in de head doet of in de
body. Als hij maar tussen de HTML-tags zit. Ook is het mogenlijk om een los
JavaScript bestand te maken. Je krijgt dan als extentie js (*.js, welkom.js) Dit
kom je zelden tegen en wordt niet door alle browsers ondersteund. Hier gaan we
verder niet op in.
Net als in HTML heb je een basisstructuur.
voorbeeld: <script language="JavaScript"> <!--
hier komt de eigenlijke script //--> </script>
Net als HTML moet je je browsen vertellen dat je bezig bent met JavaScript.
Dit doen we door de tags <script> en </script> Welke taal spreken
wij hier dan? JavaScript natuurlijk. <script language="JavaScript"> Merk
hier op dat ik JavaScript schrijf en niet javascript of JAVASCRIPT. JavaScript
is, tegenover HTML, wel hoofdlettergevoelig (case sensitive).
Hoofdstuk 02: Hierarcie
't is saai, maar dit stukje moet je even doorwerken om te begrijpen hoe
javaScript in elkaar steekt. Na dit hoofdstuk gaan we dan (eindelijk) echt aan
de slag. Dan leer je hoe je een waarschuwing invoegt, een nieuw venster
automatisch laat openen, enz.
Javascript werkt met hiërarchieën. Dit houd in dat JavaScript van groot naar
klein werkt. Ofwel Je hebt een scherm en dat ga je helemaal uitpluizen in steeds
kleinere stukjes. Wat is het grootste deel van een pagina. Het window zelf. Wat
staat er in dat window? Je pagina, document. Een document is opgebouwd uit
plaatjes, links en formulieren. Links en plaatjes kan je niet meer verkleinen,
maar een formulier weer wel. Een formulier bestaat uit tekstvelden en knoppen,
elements. En met dat element gaan we weer wat doen: options. Dit is het laatste
stukje van een pagina. Dit alles komt aan elkaar. Elk element wordt gescheiden
door een "dot syntax" ofwel niets anders dan een punt. Als we dus ergens iets
aanroepen krijg je dus iets van "window.document.objects.elements.options"
Je hoeftniet altijd alles van window tot options aan te spreken en het is
niet altijd nodig op die hele rij te noteren. Wanneer je in het window werkt
laat je alles wat er achter staat weg. En als je in een document werkt is het al
logisch dat je ook in een window zit. Window laat je dan ook weg. Je kan dus ook
een window of een docoment aanspreken. Dat object moet wel een waarde hebben.
Deze waarde bestaat uit een functie of een eigenschap. Eigenschappen van een
object worden Propertie's genoemd, de functie's Methode's.
Je ziet dus: "window + option" en "document + option". Document.option is
eigenlijk window.document.option, maar aangezien we al in een window zitten mag
deze weg blijven.
Hoofdstuk 03: Windows-object
Het hoogste object is window. Hiervan gaan wij de volgende dingen behandelen:
window.status
window.alert()
window.confirm()
window.prompt()
window.open()
Enkele van deze zal je nog niet kunnen gebruiken,
maar het is bij JavaScript zo dat je het ene moet combineren met het andere om
er iets mee te kunnen. Je kunt wel variabelen declareren, maar er moet ook iets
mee gedaan worden. Of je kunt wel met variabelen aan de gang gaan, maar deze
moet je ook weer ergens vandaan halen. Of met een ander voorbeeld. Je kunt wel
een zak friet bij de supermarkt kopen, maar je moet hem ook bakken om er iets
aan te hebben. En je kunt wel een frietpan hebben, maar je moet ook iets te
bakken hebben.
window.status <script language="JavaScript"> <!--
window.status="Nu verschijnt er tekst in de statusbalk" //-->
Met window.status kan je tekst in de balk links onder in je browser zetten.
Die balk heet de statusbalk.
Nu krijg je een waarschuwing met de tekst: Pas Op. Tussen de haakjes komt dus
de tekst voor de waarschuwing.
window.confirm() <script language="JavaScript">
<!-- window.window.confirm()("Oke of Annuleren") //-->
</script>
Hiermee laat je een bezoeker kiezen of hij wel of niet iets wil. Je weet wel
je krijgt de melding "doorgaan?" waarna je kan kiezen "ok of annuleren". Hier
gebeurt nog niets. Wanneer we willen dat er iets gebeurt zal je dit met de
voorwaarden moeten doen. Dit leer je later in de cursus.
De laatste waarschuwing is deze. Je krijgt een javascript-waarschuwing met
een veld waar je iets moet invullen. In dit geval staat er "naam". Deze komt
tussen haakjes had je al gezien. ("naam") Tussen de tweede paar haakjes komt de
tekst te staan voor IN het invulveld. Nu staat er dus niets in. Zet je tekst
tussen die tweede paar haakjes zie je in dat invulveld die tekst verschijnen.
Ook hier geld weer dat je er zo niet veel aan hebt. Je hebt bij deze variabele
nodig. Dit leren we ook nog.
De volgende is wel leuk. Hij opent een nieuw venster.
We bekijken het gedeelte tussen de haakjes. Deze bestaat uit 3 delen: Het
eerste deel is de pagina die hij moet laden. ("voorbeeld.html") Het tweede deel
is de vensternaam. Deze verschijnt niet in het venster, maar is bedoeld om aan
te spreken. ("venster_naam") En tet derde deel zijn de instellingen.
("heigt=250,width=500,toolbar=no,enz...."). Alle delen zijn gescheiden door een
komma. (zonder spatie's) Het tweede deel kan weggelaten worden als je alleen een
pagina in een popup wilt openen. Wanneer je dat deel weglaat krijg je net zo'n
venster als standaard wordt geopend. Wanneer je daar de grootte van je popup
instelt zet hij ook automatisch alle optie's uit. Je krijgt geen menubar te
zien, kan hem niet vergroten/verkleinen enz. Wat ik wil zeggen is dat wanneer je
een popup wilt maken van een bepaalde grootte, wat een bezoeker alleen maar kan
sluiten, het onzin is om te zeggen dat de browser geen toolbar, adresbalk enz.
moet maken. Wanneer je dit juist wel wilt zeg je dus in de code:
toolbar=yes,menubar=yes, enz. Wat al die opties betekenen (in het voorbeeld
staan ze allemaal) is met een beetje engels wel te begrijpen.
Hoofdstuk 04: Document-object
Met het document-object kunnen we d.m.v. JavaScript tekst invoegen. Tekst
opmaken is ook mogelijk. Maar we behandelen eerst de volgende opties. Deze
herken je enigszins van de HTML-cursus.
document.fgColor
Dit de kleur die je de tekst meegeeft
document.bgColor
Dit is de achtergrondkleur (BackGround color)
document.linkColor
De kleur van de link
document.vlinkColor
De kleur van de eerder bezochte link (visited-link)
Even nog iets algemeens. Een JavaScript object gaat altijd voor HTML. Geef je
d.m.v. HTML aan dat je een groene achtergrond wilt en in JavaScript zeg je dat
je een oranje achtergrond wilt krijg je een oranje achtergrond. Het maakt
hierbij niet uit of de JavaScript-code voor of na de body-tag zet. De
achtergrond zal in beide gevallen oranje worden. Dit geld ook voor tekst. En
tekst gaan we nu doen.
Je ziet dat je tekst in JavaScript meteen met HTML kan bewerken, je de tags
apart kan aangeven of met drie afzonderlijke methoden. Met het middelste
voorbeeld zie je ook al wat je al eerder had gezien bij window.open.
Verschillende delen van de methode kan je aangeven met een komma zonder
spaties. (<h2> is een deel, hallo is een deel en </h2> is een deel)
Achter de tekst (zie bovenstaande voorbeeld) kan je ook nog aangeven hoe je
de tekst wilt.
Moet hij vet zijn...
.bold()
of cursief.
.italic
Wil je grotere letters...
.big()
of kleinere?
.small()
Je kan de tekst doorhalen,
.strike()
Subschrift ....
.sub()
of superschrift geven
.super()
Wat niet bij HTML kan is de mogelijkheid tussen gewone letters ...
.toLowerCase()
of hoofdletters.
.toUpperCase()
Tot slot kan je de grootte...
.fontsize("?") ? = 1 t/m 7
of de kleur aanpassen
.fontcolor("?") ? = kleurnaam of kleurcode.
Hoofdstuk 05: Event Handlers
Nu we wat objecten kennen gaan we verder naar Event Handlers. Event Handlers
horen als een attribuut in een HTML-tag. Hier heb je de geleerde properties en
methode (window. en body.)nodig.
Aan het bovenstaande voorbeeld kan je meteen zien dat je ook rekening moe
houden met het nestelen van aanhalingstekens. Je mag nooit twee keer de zelfde
aanhalingstekens gebruiken dus: niet:
onMouseOver="window.alert("hoi")" niet:
onMouseOver='window.alert('hoi')' wel:
onMouseOver="window.alert('hoi')" wel:
onMouseOver='window.alert("hoi")'
We kennen de volgende event handlers:
event handler
functie
gebruik in tag
onChange
gebruiker verandert waarde van object
in tabellen: iemand veranderd de waarde van een veld
onSubmit
gebruiker verzend formulier
bij de verzendknop in formulieren
onClick
gebruiker klikt op knop of link
bij links of formulieren
onMouseOver
gebruiker gaat op link staan
bij links
onMouseOut
gebruiker gaat van link af staan
bij links
onLoad
pagina of afbeelding stopt met laden
bij afbeeldingen of in de body-tag
onUnload
Gebruiker verlaat pagina
in de body
onAbort
gebruiker annuleert laden
in de body
onError
laad bij fout in pagina
in de body
Hoofdstuk 06: Functie's
Hoe ziet er een functie uit? We openen JavaScript zoals normaal.
Daarna geven we aan dat het om een functie betreft en geven de functie een naam.
We plaatsen haakjes ({ en }). Tussen die haakjes komt je script te staan. En we
sluiten de boel weer af. We plaatsen een functie meestal in de head. Hij mag
overal staan, maar door hem in de head te zetten wordt hij eerder "gelezen".
Functie aanspreken Het ligt natuurlijk aan de soort funcitie en
wat je met de functie wil, maar je kan op de volgende manieren een functie
aanroepen.
Door Event Handlers voorbeeld: <body onLoad="naam()">;
<body onError="naam()">
Formulier als <input type="button" value="Klik Hier"
onClick="naam()"
Direct Door onder } direct de functie aan te spreken
wordt de functie direct uitgevoerd. Na } komt dus naam() te
staan. That's all!
Functie's maken Met het beetje kennis dat wij nu al hebben van
JavaScript moet het lukken om een functie te schrijven. Dit is niets anders dan
wat JavaScript opdrachten achter elkaar "geplakt". Deze komt tussen { en
}.
Dit levert (natuurlijk) een waarschuwingsvenster op met "Welkom!!" Deze gaan
we laden in de body.
Voorbeeld: <body onLoad="hallo()">
Hoofdstuk 07: Formulieren
In de HTML-cursus hebben we al formulieren leren maken. We hebben daar alle
objecten gehad die een Formulier kan hebben. (Radio Button, Tekstvak, ...) Deze
hebben we eigenlijk alleen gebruikt om een e-form te maken. Door van formulieren
gebruik te maken kunnen we informatie van je gast gebruiken om je homepage aan
te passen. Leuk voorbeeld!
Vul je naam in en druk op "OKE"
Hoe hebben we dit gemaakt. Je hebt al van groot naar klein leren denken. Das
hier ook nodig. (Window is groter dan formulier is groter dan tekstveld) We
geven alles waar je iets kan invullen een naam. Let op! Sommige namen doen het
niet. Mocht je een foutmelding krijgen probeer dan eerst ergens een andere naam
in te vullen. Meestal werkt je formulier dan weer wel. Het bovenstaande
voorbeeld gaan we nu maken. Eerst het formulier. Dit bestaat uit een tekstvak en
een button.
Voorbeeld: <form name="form01"> Wat is je naam?
<input type="tekst" name="appels" size="15"> <input
type="button" value="OKE" onClick="naam()"> </form>
Het formulier geven we een naam. (form01) Maar ook het tekstvak geven we een
naam. (appels). Dit hebben we nodig om de informatie over te kunnen geven. Je
ziet bij de button staan onClick="naam()" De functie heet dus
naam. Die gaan we nu maken.
Het ziet er allemaal bekend uit, behalve misschien
document.form01.appels.value. Het HTML-bestand waar we bezig zijn geven
we aan met document. In het document zijn we bezig met formulier Form01. (deze
hadden we net al benoemd) en uit dat formulier moeten we de waarde hebben die in
tekstvak appels is geschreven. (appels.value)
Hoofdstuk 08: Variabelen
Eigenlijk is de titel van dit hoofdstuk fout. Beter was geweest: "Rekenen met
JavaScript" Dit is het meest ingewikkelde gedeelte van deze cursus. Wanneer je
al enige kennis van b.v. Pascal hebt zal dit hoofdstuk koek en ei zijn. Op
school zijn/waren we bezig met Pascal. Wat mij op viel was dat het denken in
JavaScript sterk lijkt op Pascal. Pascal lijkt wat op Java en JavaScript komt
van Java af, dus dat kan wel kloppen. Hier komen we ook bij de kern van deze
JavaScript cursus: Je homepage meer interactief maken. Je bezoekers meer
betrekken bij je homepage. Je bezoekers vullen ergens wat in en "hoppa!!" de
kleur van je achtergrond wordt veranderd (bijvoorbeeld). Variabelen. Eerst
wat logica. Je hebt al kennis gemaakt met Formulieren in JavaScript. Dat is de
manier om variabelen te declareren. Declareren is het aanwijzen van een waarde
aan een variabelen. Bijvoorbeeld:
Wat is je naam?
We noemen het tekstvak Naam. Dit is onze variabelen. Wat geven we voor waarde
aan Naam? Pietje. Nu hebben we dus een variabele (naam) gedeclareerd (met
Pietje). Dus een gebruiker voert zijn naam in en deze gebruik je weer om de
tekstkleur (of zo) te veranderen. Terug naar variabelen. Stel dat we een
bezoeker twee getallen laten invullen: 7 & 8. Daarvan willen we graag het
totaal weten. Het antwoord laten we verschijnen in een waarschuwingsvenster. In
het venster verschijnt dus het getal 15. Immers 7 + 8 = 15. Dit gaan we zelf
niet uitrekenen maar dit laten we de computer doen.
Stapje verder. We gaan 7 & 8 een naam geven. 7 noemen we
appels en 8 noemen we peren. We krijgen nu dus de som
appels + peren = 15. Wanneer we dit gaan toepassen krijgen we een error
met daarin iets van "appels en peren onbekend". Natuurlijk want wij weten nu wel
wat appels of peren is, maar de computer niet. Deze moeten we dus inderdaad
declareren. Dit doen we met het statement var
Voorbeeld: <script language="Javascript"> <!--
var appels = 7 var peren = 8 window.alert(appels + peren)
//--> </script>
Het zou leuker zijn wanneer de bezoeker zelf twee getallen kan invoeren.
Voorbeeld: <script language="Javascript"> <!--
function som() { var appels = document.fruit.appels.value var
peren = document.fruit.peren.value window.alert(appels + peren) }
//-->
Je ziet meteen het eerste probleem. Ons script denkt nu niet "ik moet appels
optellen bij peren en de uitkomst afdrukken in een alert" maar hij denkt "ik
moet appels afdrukken en ik moet peren afdrukken" Immers we scheiden delen van
een object met een + (plus) Het is moeilijk uit te leggen waarom, maar
door een getal in de functie te zetten weet de browser van "ik moet optellen en
niet gewoon twee getallen afdrukken". Dit probleem lossen we op door appels en
peren met 1 te vermenigvuldigen. Overigens wil je geen getallen optellen,
maar vermenigvuldigen, delen of aftrekken. Dit werkt het zelfde als optellen.
Het probleempje wat we nu aan het oplossen zijn komt alleen voor bij het
optellen. Het vorige voorbeeld zou dan wel goed werken. Merk ook op dat we
de oplossing als derde variabele ingeven. Deze noemen we bananen
Voorbeeld: <script language="Javascript"> <!--
function som() { var appels = document.fruit.appels.value var
peren = document.fruit.peren.value var bananen = 1*appels + 1*peren
window.alert(bananen) } //--> </script>
Optellen (+), aftrekken (-), delen (/) en vermenigvuldigen (*) noemen we
operators. Naast deze vier zijn er nog meer.
++
verhoogd de waarde van de variabele met 1
--
verlaagd de waarde van de variabele met 1
+= X
verhoogd de waarde van de variabele met X
-= X
verlaagd de waarde van de variabele met X
-
veranderen van positief naar negatief en andersom
%
berekend de restwaarde van een deling
^ X
tot de macht X
Het rekenen gaat volgens de basisschoolregel vermenigvuldigen gaat voor
optellen.
Volgorde van bewerking:
Haakjes
Machtsverheffen en worteltrekken
Vermenigvuldigen en delen Optellen en aftrekken Bij twee gelijke operators
rekenen we van links naar rechts.
Ook zijn er nog enkele boolean-operators. Een boolean heeft enkel twee
waarden: waar of niet waar Dit behandelen we in hoofdstuk 09.
Vanaf hoofdstuk 10 gaan we in op extra's als datum en tijd.
Hoofdstuk 09: Boolean
Naar mijn mening het leukste stukje JavaScript. Zoals al gezegd kent
Boolean slechts twee waarden: juist of onjuist. Voorbeeldje: Aller eerst laten
we een keer geen tekstvak gebruiken, maar een prompt. Wanneer je op de
onderstaande knop drukt krijg je een prompt waar je je geboorte datum moet
invullen.
Nu even niet hoe het script eruit ziet, maar wat er gebeurt.
De vraag verschijnt "Wat is je geboortejaar?" Je vult je geboortejaar in en
het script doorloopt de volgende vragen: Is je geboortejaar eerder is dan
mijn geboortejaar? Wanneer ja dan maak een alert met daarin Je bent
wat ouder. Wanneer het antwoord nee is dan ga verder. Is je
geboortejaar het zelfde als mijn geboortejaar. Wanneer ja dan maak een
alert met Je bent net zo oud. Wanneer het antwoord nee is dan ga
verder. Is je geboortejaar later dan mijn geboortejaar? Wanneer ja
dan maak een alert met Je bent wat jonger. Het antwoord nee kan nu
niet meer. We hebben alle waarden gehad.
Wat korter: Wat is je geboortejaar? Als je geboortejaar
eerder is dan mijn geboorte jaar dan maak een alert met "je bent
wat ouder". Zo niet dan: Als je geboortejaar gelijk is dan
mijn geboorte jaar dan maak een alert met "je bent ongeveer net zo oud".
Zo niet dan:Als je geboortejaar later is dan mijn geboorte
jaar dan maak een alert met "je bent wat jonger".
Nu zo kort mogelijk en op zijn Engels. (aangezien veel properties en
methoden op z'n Engels zijn) Eerst moet je weten dat ik in 1980 ben geboren.
Wat is je geboortejaar? If geboortejaar < 1980
window.alert: je bent wat ouder Else if geboortejaar = 1980
window.alert: je bent net zo oud Else if geboortejaar > 1980
window.alert: je bent wat jonger.
Nu moet je duidelijk kunnen zien wat er gebeurd. Je bezoeker vult een
variabele in. (genaamd geboortejaar) Nu wordt bekeken/getoetst of de ingevoerde
waarde kleiner, net zo groot of groter is dan de opgegeven waarde (1980). Je
ziet nu ook dat er maar twee waarden mogelijk zijn. Ja en nee. Afhankelijk van
het antwoord gaat het script verder of "stopt" het script. Nu snap je het
hele eieren eten en gaan we de hele zooi opschrijven op z'n JavaScripts. We
declareren een waarde. Toetsen deze aan opgegeven waarde. Wanneer deze waarde
waar is met er iets gebeuren. Wanneer deze waarde niet waar is
kijken we of hij voldoet aan de volgende stelling. Is deze waar dan moet
er iets gebeuren. Wanneer deze niet waar is gebeurt er iets anders.
Waar een stelling aan moet voldoen zetten we tussen haakjes en wat er moet
gebeuren plaatsen we tussen accolades.
Voorbeeld: <script language="Javascript"> <!--
waarden declareren.
IF (waarde voldoet aan een stelling) {
Moet er dit gebeuren }
ELSE IF (waarde voldoet aan een stelling) {
Moet er dit gebeuren }
ELSE { Gebeurt er dit }
//-->
</script>
Tot slot van dit hoofdstuk nog het script van het voorbeeld wat we gebruiken.
Je snapt wel dat je net zo veel stellingen kan maken als je zelf wilt. Het
gedeelte ELSE IF kopiëren we dan gewoon en plaatsen we boven
ELSE. Bekijk maar eens of je snapt wat er gebeurt.
Voorbeeld: <script language="Javascript"> <!--
function voorbeeld() { geboortejaar = window.prompt("In welk jaar
ben je geboren?","") if (geboortejaar<1980) { window.alert("je bent
wat ouder") } else if (geboortejaar==1980) { window.alert("je bent
ongeveer even oud") } else { window.alert("Je bent wat jonger") } }
//--> </script>
Dit hoofdstuk ging over voorwaarden en herhalingen. Je snapt nu wel dat dit
alles te maken heeft met Boolean. Nu heb je de hele basis gehad van
JavaScript. In de volgende hoofdstukken gaan we verder in op extra's die met
JavaScript mogelijk zijn als Datum en tijd.
Hoofdstuk 10: Extra: Datum en Tijd
Hierboven zie je achtereenvolgens de dag; maand; datum; tijd
(uren;minuten;seconden); tijdzone en tot slot het jaartal. Dit wordt ingesteld
volgens de tijd en datum die op jouw computer staat ingesteld. Deze kunnen we
trouwens heel eenvoudig afbeelden.
Je kunt zeggen dat je met datum=new Date(); de datum en tijd van je
computer (systeem tijd geheten) inleest en we vervolgens deze gegevens gaan
verwerken. In dit geval aflezen: document.write(datum) Nu printen we
dus de hele datum en tijd. Natuurlijk is het mogelijk om delen er van uit te
printen. Dit doen we door achter "datum" te vertellen wat we willen zien.
Nu vragen we dus welke dag het is. Vreemd genoeg zien we nu dus een getal: (
) Dit getal staat, in dit geval voor Hoe weten we dit? De hele datum en tijd wordt gegeven en gewijzigd in
getallen. We moeten dus gaan vertellen welk getal bij welke dag hoort. Er had
net zo goed of appels kunnen staan. We moeten dus vertellen welk getal bij welke
dag hoort. Zo is Zondag 0, maandag 1, dinsdag, 2, enz. In hoofdstuk 9 hebben we
gezien hoe we dat kunnen doen. Bekijk de code maar eens.
Voorbeeld: <SCRIPT LANGUAGE="Javascript"> <!--
function dag() { var dag = ""; if ( datum.getDay() == 0 ) dag =
"zondag" ; else if ( datum.getDay() == 1 ) dag = "maandag" ; else if
( datum.getDay() == 2 ) dag = "dinsdag" ; else if ( datum.getDay() == 3
) dag = "woensdag" ; else if ( datum.getDay() == 4 ) dag =
"donderdag" ; else if ( datum.getDay() == 5 ) dag = "vrijdag" ; else
dag = "zaterdag" ; return dag; }
datum = new Date();
document.write(dag()) // --> </SCRIPT>
opmerking: == staat voor "gelijk aan"
Volgende stap: Vervangen we document.write(datum.getDay()) door
document.write(datum.getDate()) dan krijgen we de datum. Vandaag is het
dus de
e.
We zullen eens alles op een rijtje zetten. Tot zover hebben we de dag en de
datum: .
Gaan we verder met de maand. datum.getMonth() Hier het zelfde probleem
als bij de dag. Het is een getal. Januari=0; februari=1; enz. Dit kunnen we dus
op de zelfde manier oplossen als bij "dag". Echter wil je het maandnummer
afbeelden krijgen we
Je ziet dat we eigenlijk 1 te kort komen. Tellen we gewoon 1 bij de datum op.
Tot nu toe hebben we Dit kunnen we ook al, maar voor alle duidelijkheid zie je in het
onderstaande voorbeeld hoe we alles achter elkaar kunnen uitprinten.