JavaScript

Hoofdstuk 01: Inleiding

Ik ga er van uit dat je kennis hebt van HTML. Zo niet is het verstandig om eerst de cursus HTML, ook hier te vinden, door te werken.

Wat gaan we doen?
Ik had al in de HTML-cursus verteld dat je met formulieren mensen informatie kan laten invullen, en dan deze informatie weer kan verwerken in een homepage. Dat en meer gaan we in deze cursus behandelen
Voordat dat zover is is het toch nodig om kennis te maken met functie's, en om functie's te kennen heb je weer objecten en event handlers nodig. Als we zover zijn dat we mensen dingen kunnen laten invullen om die gegevens weer te gaan verwerken gaan we nog wat extra's behandelen als bijvoorbeeld tijd. In volgorde leer je dus:

  1. objecten (nieuw scherm, waarschuwing, ...)
  2. functie's
  3. functie's gebruiken
  4. variabelen
  5. extra's
JavaScript wordt vaak met Java vergeleken of Java genoemd. Maar JavaScript is geen Java. Het belangrijkste verschil tussen JavaScript en Java is dat Java een echte programmeertaal is, eigenlijk niet bedoeld om homepages te maken/ verfraaien. Met Java kan je echte, op zich zelf staande programma's maken. JavaScript, daar in tegen, is juist wel bedoeld voor webpagina's en hiermee kan je geen op zich zelf staande programma's maken.

JavaScript kan zo door de browser gelezen worden. Je kan dus je Scripts zo in je HTML-pagina invoegen. Het maakt niet uit of je dit in de head doet of in de body. Als hij maar tussen de HTML-tags zit.
Ook is het mogenlijk om een los JavaScript bestand te maken. Je krijgt dan als extentie js (*.js, welkom.js) Dit kom je zelden tegen en wordt niet door alle browsers ondersteund. Hier gaan we verder niet op in.

Net als in HTML heb je een basisstructuur.

voorbeeld:
<script language="JavaScript">
<!--
hier komt de eigenlijke script
//-->
</script>

Net als HTML moet je je browsen vertellen dat je bezig bent met JavaScript. Dit doen we door de tags <script> en </script> Welke taal spreken wij hier dan? JavaScript natuurlijk. <script language="JavaScript"> Merk hier op dat ik JavaScript schrijf en niet javascript of JAVASCRIPT. JavaScript is, tegenover HTML, wel hoofdlettergevoelig (case sensitive).

Hoofdstuk 02: Hierarcie

't is saai, maar dit stukje moet je even doorwerken om te begrijpen hoe javaScript in elkaar steekt. Na dit hoofdstuk gaan we dan (eindelijk) echt aan de slag. Dan leer je hoe je een waarschuwing invoegt, een nieuw venster automatisch laat openen, enz.

Javascript werkt met hiërarchieën. Dit houd in dat JavaScript van groot naar klein werkt. Ofwel Je hebt een scherm en dat ga je helemaal uitpluizen in steeds kleinere stukjes. Wat is het grootste deel van een pagina. Het window zelf. Wat staat er in dat window? Je pagina, document. Een document is opgebouwd uit plaatjes, links en formulieren. Links en plaatjes kan je niet meer verkleinen, maar een formulier weer wel. Een formulier bestaat uit tekstvelden en knoppen, elements. En met dat element gaan we weer wat doen: options. Dit is het laatste stukje van een pagina. Dit alles komt aan elkaar. Elk element wordt gescheiden door een "dot syntax" ofwel niets anders dan een punt. Als we dus ergens iets aanroepen krijg je dus iets van "window.document.objects.elements.options"
Je hoeftniet altijd alles van window tot options aan te spreken en het is niet altijd nodig op die hele rij te noteren. Wanneer je in het window werkt laat je alles wat er achter staat weg. En als je in een document werkt is het al logisch dat je ook in een window zit. Window laat je dan ook weg. Je kan dus ook een window of een docoment aanspreken. Dat object moet wel een waarde hebben. Deze waarde bestaat uit een functie of een eigenschap. Eigenschappen van een object worden Propertie's genoemd, de functie's Methode's.

Voorbeeld:
<script language="JavaScript">
<!--
document.write("hallo")
window.alert("pas op!")
//-->
</script>

Je ziet dus: "window + option" en "document + option". Document.option is eigenlijk window.document.option, maar aangezien we al in een window zitten mag deze weg blijven.

Hoofdstuk 03: Windows-object

Het hoogste object is window. Hiervan gaan wij de volgende dingen behandelen:

  • window.status
  • window.alert()
  • window.confirm()
  • window.prompt()
  • window.open()
Enkele van deze zal je nog niet kunnen gebruiken, maar het is bij JavaScript zo dat je het ene moet combineren met het andere om er iets mee te kunnen. Je kunt wel variabelen declareren, maar er moet ook iets mee gedaan worden. Of je kunt wel met variabelen aan de gang gaan, maar deze moet je ook weer ergens vandaan halen. Of met een ander voorbeeld. Je kunt wel een zak friet bij de supermarkt kopen, maar je moet hem ook bakken om er iets aan te hebben. En je kunt wel een frietpan hebben, maar je moet ook iets te bakken hebben.

window.status
<script language="JavaScript">
<!--
window.status="Nu verschijnt er tekst in de statusbalk"
//-->

Met window.status kan je tekst in de balk links onder in je browser zetten. Die balk heet de statusbalk.

window.alert()
<script language="JavaScript">
<!--
window.alert("Pas Op")
//-->
</script>

Nu krijg je een waarschuwing met de tekst: Pas Op. Tussen de haakjes komt dus de tekst voor de waarschuwing.

window.confirm()
<script language="JavaScript">
<!--
window.window.confirm()("Oke of Annuleren")
//-->
</script>

Hiermee laat je een bezoeker kiezen of hij wel of niet iets wil. Je weet wel je krijgt de melding "doorgaan?" waarna je kan kiezen "ok of annuleren". Hier gebeurt nog niets. Wanneer we willen dat er iets gebeurt zal je dit met de voorwaarden moeten doen. Dit leer je later in de cursus.

window.prompt()
<script language="JavaScript">
<!--
window.prompt("naam","")
//-->
</script>

De laatste waarschuwing is deze. Je krijgt een javascript-waarschuwing met een veld waar je iets moet invullen. In dit geval staat er "naam". Deze komt tussen haakjes had je al gezien. ("naam") Tussen de tweede paar haakjes komt de tekst te staan voor IN het invulveld. Nu staat er dus niets in. Zet je tekst tussen die tweede paar haakjes zie je in dat invulveld die tekst verschijnen. Ook hier geld weer dat je er zo niet veel aan hebt. Je hebt bij deze variabele nodig. Dit leren we ook nog.

De volgende is wel leuk. Hij opent een nieuw venster.

window.open()
<script language="JavaScript">
<!--
window.open("voorbeeld.html","venster_naam","heigt=250,width=500, toolbar=no,location=no,directories=no,status=no, menubar=no,scrollbars=no,resizable=no")
//-->
</script>

We bekijken het gedeelte tussen de haakjes. Deze bestaat uit 3 delen: Het eerste deel is de pagina die hij moet laden. ("voorbeeld.html") Het tweede deel is de vensternaam. Deze verschijnt niet in het venster, maar is bedoeld om aan te spreken. ("venster_naam") En tet derde deel zijn de instellingen. ("heigt=250,width=500,toolbar=no,enz...."). Alle delen zijn gescheiden door een komma. (zonder spatie's) Het tweede deel kan weggelaten worden als je alleen een pagina in een popup wilt openen. Wanneer je dat deel weglaat krijg je net zo'n venster als standaard wordt geopend. Wanneer je daar de grootte van je popup instelt zet hij ook automatisch alle optie's uit. Je krijgt geen menubar te zien, kan hem niet vergroten/verkleinen enz. Wat ik wil zeggen is dat wanneer je een popup wilt maken van een bepaalde grootte, wat een bezoeker alleen maar kan sluiten, het onzin is om te zeggen dat de browser geen toolbar, adresbalk enz. moet maken. Wanneer je dit juist wel wilt zeg je dus in de code: toolbar=yes,menubar=yes, enz. Wat al die opties betekenen (in het voorbeeld staan ze allemaal) is met een beetje engels wel te begrijpen.

Hoofdstuk 04: Document-object

Met het document-object kunnen we d.m.v. JavaScript tekst invoegen. Tekst opmaken is ook mogelijk. Maar we behandelen eerst de volgende opties. Deze herken je enigszins van de HTML-cursus.

document.fgColor
Dit de kleur die je de tekst meegeeft
document.bgColor
Dit is de achtergrondkleur (BackGround color)
document.linkColor
De kleur van de link
document.vlinkColor
De kleur van de eerder bezochte link (visited-link)
document.alinkColor
En de actieve link-kleur(Active-link)

Voorbeeld:
<script language="JavaScript">
<!--
document.bgColor="#336699"
//-->
</script>

Even nog iets algemeens. Een JavaScript object gaat altijd voor HTML. Geef je d.m.v. HTML aan dat je een groene achtergrond wilt en in JavaScript zeg je dat je een oranje achtergrond wilt krijg je een oranje achtergrond. Het maakt hierbij niet uit of de JavaScript-code voor of na de body-tag zet. De achtergrond zal in beide gevallen oranje worden. Dit geld ook voor tekst.
En tekst gaan we nu doen.

Voorbeeld:
<script language="JavaScript">
<!--
document.write("Hallo")
//-->
</script>

Nu gebeurt er niets anders dan dat je hallo op het beeldscherm krijgt. Deze tekst kan je ook opmaken door HTML-tags te combineren met JavaScript.

Voorbeeld:
<script language="JavaScript">
<!--
document.write("<h2>Hallo</h2>")
document.write("<h2>","Hallo","</h2>")
document.write("<h2>")
document.write("Hallo")
document.write("<h2>")
//-->
</script>

Je ziet dat je tekst in JavaScript meteen met HTML kan bewerken, je de tags apart kan aangeven of met drie afzonderlijke methoden. Met het middelste voorbeeld zie je ook al wat je al eerder had gezien bij window.open. Verschillende delen van de methode kan je aangeven met een komma zonder spaties. (<h2> is een deel, hallo is een deel en </h2> is een deel)

Voorbeeld:
<script language="JavaScript">
<!--
document.write("Hallo".bold())
document.write("Hallo".fontsize("2")
//-->
</script>

Achter de tekst (zie bovenstaande voorbeeld) kan je ook nog aangeven hoe je de tekst wilt.

Moet hij vet zijn...
.bold()
of cursief.
.italic
Wil je grotere letters...
.big()
of kleinere?
.small()
Je kan de tekst doorhalen,
.strike()
Subschrift ....
.sub()
of superschrift geven
.super()
Wat niet bij HTML kan is de mogelijkheid tussen gewone letters ...
.toLowerCase()
of hoofdletters.
.toUpperCase()
Tot slot kan je de grootte...
.fontsize("?") ? = 1 t/m 7
of de kleur aanpassen
.fontcolor("?") ? = kleurnaam of kleurcode.

Hoofdstuk 05: Event Handlers

Nu we wat objecten kennen gaan we verder naar Event Handlers. Event Handlers horen als een attribuut in een HTML-tag. Hier heb je de geleerde properties en methode (window. en body.)nodig.

Voorbeeld:
<a href="http://beam.to/mathie" onMouseOver="window.alert('hoi')">Klik Hier</a>

<body onUnload="window.alert('dag')">

Aan het bovenstaande voorbeeld kan je meteen zien dat je ook rekening moe houden met het nestelen van aanhalingstekens. Je mag nooit twee keer de zelfde aanhalingstekens gebruiken dus:
niet: onMouseOver="window.alert("hoi")"
niet: onMouseOver='window.alert('hoi')'
wel: onMouseOver="window.alert('hoi')"
wel: onMouseOver='window.alert("hoi")'

We kennen de volgende event handlers:
event handler functie gebruik in tag
onChange gebruiker verandert waarde van object in tabellen: iemand veranderd de waarde van een veld
onSubmit gebruiker verzend formulier bij de verzendknop in formulieren
onClick gebruiker klikt op knop of link bij links of formulieren
onMouseOver gebruiker gaat op link staan bij links
onMouseOut gebruiker gaat van link af staan bij links
onLoad pagina of afbeelding stopt met laden bij afbeeldingen of in de body-tag
onUnload Gebruiker verlaat pagina in de body
onAbort gebruiker annuleert laden in de body
onError laad bij fout in pagina in de body

Hoofdstuk 06: Functie's

Hoe ziet er een functie uit?
We openen JavaScript zoals normaal. Daarna geven we aan dat het om een functie betreft en geven de functie een naam. We plaatsen haakjes ({ en }). Tussen die haakjes komt je script te staan. En we sluiten de boel weer af. We plaatsen een functie meestal in de head. Hij mag overal staan, maar door hem in de head te zetten wordt hij eerder "gelezen".

Voorbeeld:
<script language="JavaScript">
<!--
function naam()
{
JavaScript opdrachten
}
//-->
</script>

Functie aanspreken
Het ligt natuurlijk aan de soort funcitie en wat je met de functie wil, maar je kan op de volgende manieren een functie aanroepen.

  • Door Event Handlers
    voorbeeld: <body onLoad="naam()">; <body onError="naam()">
  • Formulier
    als <input type="button" value="Klik Hier" onClick="naam()"
  • Direct
    Door onder } direct de functie aan te spreken wordt de functie direct uitgevoerd. Na } komt dus naam() te staan. That's all!

Functie's maken
Met het beetje kennis dat wij nu al hebben van JavaScript moet het lukken om een functie te schrijven. Dit is niets anders dan wat JavaScript opdrachten achter elkaar "geplakt". Deze komt tussen { en }.

Voorbeeld:
<script language="JavaScript">
<!--
function hallo()
{
window.alert("Welkom!!")
}
//-->
</script>

Dit levert (natuurlijk) een waarschuwingsvenster op met "Welkom!!" Deze gaan we laden in de body.

Voorbeeld:
<body onLoad="hallo()">

Hoofdstuk 07: Formulieren

In de HTML-cursus hebben we al formulieren leren maken. We hebben daar alle objecten gehad die een Formulier kan hebben. (Radio Button, Tekstvak, ...) Deze hebben we eigenlijk alleen gebruikt om een e-form te maken. Door van formulieren gebruik te maken kunnen we informatie van je gast gebruiken om je homepage aan te passen. Leuk voorbeeld!

Vul je naam in en druk op "OKE"

Wat is je naam?

Hoe hebben we dit gemaakt. Je hebt al van groot naar klein leren denken. Das hier ook nodig. (Window is groter dan formulier is groter dan tekstveld) We geven alles waar je iets kan invullen een naam. Let op! Sommige namen doen het niet. Mocht je een foutmelding krijgen probeer dan eerst ergens een andere naam in te vullen. Meestal werkt je formulier dan weer wel.
Het bovenstaande voorbeeld gaan we nu maken. Eerst het formulier. Dit bestaat uit een tekstvak en een button.

Voorbeeld:
<form name="form01">
Wat is je naam?
<input type="tekst" name="appels" size="15">
<input type="button" value="OKE" onClick="naam()">
</form>

Het formulier geven we een naam. (form01) Maar ook het tekstvak geven we een naam. (appels). Dit hebben we nodig om de informatie over te kunnen geven. Je ziet bij de button staan onClick="naam()" De functie heet dus naam. Die gaan we nu maken.

Voorbeeld:
<script language="javaScript">
<!--
function naam()
{
window.alert("Hallo " + document.form01.appels.value + "!!")
}
//-->
</script>

Het ziet er allemaal bekend uit, behalve misschien document.form01.appels.value. Het HTML-bestand waar we bezig zijn geven we aan met document. In het document zijn we bezig met formulier Form01. (deze hadden we net al benoemd) en uit dat formulier moeten we de waarde hebben die in tekstvak appels is geschreven. (appels.value)

Hoofdstuk 08: Variabelen

Eigenlijk is de titel van dit hoofdstuk fout. Beter was geweest: "Rekenen met JavaScript" Dit is het meest ingewikkelde gedeelte van deze cursus. Wanneer je al enige kennis van b.v. Pascal hebt zal dit hoofdstuk koek en ei zijn.
Op school zijn/waren we bezig met Pascal. Wat mij op viel was dat het denken in JavaScript sterk lijkt op Pascal. Pascal lijkt wat op Java en JavaScript komt van Java af, dus dat kan wel kloppen.
Hier komen we ook bij de kern van deze JavaScript cursus: Je homepage meer interactief maken. Je bezoekers meer betrekken bij je homepage. Je bezoekers vullen ergens wat in en "hoppa!!" de kleur van je achtergrond wordt veranderd (bijvoorbeeld). Variabelen.
Eerst wat logica. Je hebt al kennis gemaakt met Formulieren in JavaScript. Dat is de manier om variabelen te declareren. Declareren is het aanwijzen van een waarde aan een variabelen. Bijvoorbeeld:

Wat is je naam?

We noemen het tekstvak Naam. Dit is onze variabelen. Wat geven we voor waarde aan Naam? Pietje. Nu hebben we dus een variabele (naam) gedeclareerd (met Pietje).
Dus een gebruiker voert zijn naam in en deze gebruik je weer om de tekstkleur (of zo) te veranderen.
Terug naar variabelen. Stel dat we een bezoeker twee getallen laten invullen: 7 & 8. Daarvan willen we graag het totaal weten. Het antwoord laten we verschijnen in een waarschuwingsvenster. In het venster verschijnt dus het getal 15. Immers 7 + 8 = 15. Dit gaan we zelf niet uitrekenen maar dit laten we de computer doen.

Voorbeeld:
<script language="Javascript">
<!--
window.alert(7 + 8)
//-->
</script>

Stapje verder. We gaan 7 & 8 een naam geven. 7 noemen we appels en 8 noemen we peren. We krijgen nu dus de som appels + peren = 15. Wanneer we dit gaan toepassen krijgen we een error met daarin iets van "appels en peren onbekend". Natuurlijk want wij weten nu wel wat appels of peren is, maar de computer niet. Deze moeten we dus inderdaad declareren. Dit doen we met het statement var

Voorbeeld:
<script language="Javascript">
<!--
var appels = 7
var peren = 8
window.alert(appels + peren)
//-->
</script>

Het zou leuker zijn wanneer de bezoeker zelf twee getallen kan invoeren.

Voorbeeld:
<script language="Javascript">
<!--
function som()
{
var appels = document.fruit.appels.value
var peren = document.fruit.peren.value
window.alert(appels + peren)
}
//-->

<form name="fruit">
<input type="tekst" name="appels" size="2">
<input type="tekst" name="peren" size="2">
<input type="button" value="Bereken" onClick="som()">
</form>

Je ziet meteen het eerste probleem. Ons script denkt nu niet "ik moet appels optellen bij peren en de uitkomst afdrukken in een alert" maar hij denkt "ik moet appels afdrukken en ik moet peren afdrukken" Immers we scheiden delen van een object met een + (plus) Het is moeilijk uit te leggen waarom, maar door een getal in de functie te zetten weet de browser van "ik moet optellen en niet gewoon twee getallen afdrukken". Dit probleem lossen we op door appels en peren met 1 te vermenigvuldigen.
Overigens wil je geen getallen optellen, maar vermenigvuldigen, delen of aftrekken. Dit werkt het zelfde als optellen. Het probleempje wat we nu aan het oplossen zijn komt alleen voor bij het optellen. Het vorige voorbeeld zou dan wel goed werken.
Merk ook op dat we de oplossing als derde variabele ingeven. Deze noemen we bananen

Voorbeeld:
<script language="Javascript">
<!--
function som()
{
var appels = document.fruit.appels.value
var peren = document.fruit.peren.value
var bananen = 1*appels + 1*peren
window.alert(bananen)
}
//-->
</script>

<form name="fruit">
<input type="tekst" name="appels" size="2">
<input type="tekst" name="peren" size="2">
<input type="button" value="Bereken" onClick="som()">
</form>

Optellen (+), aftrekken (-), delen (/) en vermenigvuldigen (*) noemen we operators. Naast deze vier zijn er nog meer.

++ verhoogd de waarde van de variabele met 1
-- verlaagd de waarde van de variabele met 1
+= X verhoogd de waarde van de variabele met X
-= X verlaagd de waarde van de variabele met X
- veranderen van positief naar negatief en andersom
% berekend de restwaarde van een deling
^ X tot de macht X

Het rekenen gaat volgens de basisschoolregel vermenigvuldigen gaat voor optellen.

Volgorde van bewerking:

  • Haakjes
  • Machtsverheffen en worteltrekken
  • Vermenigvuldigen en delen Optellen en aftrekken Bij twee gelijke operators rekenen we van links naar rechts.

    Ook zijn er nog enkele boolean-operators. Een boolean heeft enkel twee waarden: waar of niet waar Dit behandelen we in hoofdstuk 09. Vanaf hoofdstuk 10 gaan we in op extra's als datum en tijd.

    Hoofdstuk 09: Boolean

    Naar mijn mening het leukste stukje JavaScript.
    Zoals al gezegd kent Boolean slechts twee waarden: juist of onjuist. Voorbeeldje: Aller eerst laten we een keer geen tekstvak gebruiken, maar een prompt. Wanneer je op de onderstaande knop drukt krijg je een prompt waar je je geboorte datum moet invullen.

    Nu even niet hoe het script eruit ziet, maar wat er gebeurt.

    De vraag verschijnt "Wat is je geboortejaar?" Je vult je geboortejaar in en het script doorloopt de volgende vragen:
    Is je geboortejaar eerder is dan mijn geboortejaar? Wanneer ja dan maak een alert met daarin Je bent wat ouder. Wanneer het antwoord nee is dan ga verder.
    Is je geboortejaar het zelfde als mijn geboortejaar. Wanneer ja dan maak een alert met Je bent net zo oud. Wanneer het antwoord nee is dan ga verder.
    Is je geboortejaar later dan mijn geboortejaar? Wanneer ja dan maak een alert met Je bent wat jonger. Het antwoord nee kan nu niet meer. We hebben alle waarden gehad.

    Wat korter:
    Wat is je geboortejaar?
    Als je geboortejaar eerder is dan mijn geboorte jaar dan maak een alert met "je bent wat ouder".
    Zo niet dan: Als je geboortejaar gelijk is dan mijn geboorte jaar dan maak een alert met "je bent ongeveer net zo oud".
    Zo niet dan:Als je geboortejaar later is dan mijn geboorte jaar dan maak een alert met "je bent wat jonger".

    Nu zo kort mogelijk en op zijn Engels. (aangezien veel properties en methoden op z'n Engels zijn) Eerst moet je weten dat ik in 1980 ben geboren.
    Wat is je geboortejaar?
    If geboortejaar < 1980 window.alert: je bent wat ouder
    Else if geboortejaar = 1980 window.alert: je bent net zo oud
    Else if geboortejaar > 1980 window.alert: je bent wat jonger.

    Nu moet je duidelijk kunnen zien wat er gebeurd. Je bezoeker vult een variabele in. (genaamd geboortejaar) Nu wordt bekeken/getoetst of de ingevoerde waarde kleiner, net zo groot of groter is dan de opgegeven waarde (1980). Je ziet nu ook dat er maar twee waarden mogelijk zijn. Ja en nee. Afhankelijk van het antwoord gaat het script verder of "stopt" het script.
    Nu snap je het hele eieren eten en gaan we de hele zooi opschrijven op z'n JavaScripts. We declareren een waarde. Toetsen deze aan opgegeven waarde. Wanneer deze waarde waar is met er iets gebeuren. Wanneer deze waarde niet waar is kijken we of hij voldoet aan de volgende stelling. Is deze waar dan moet er iets gebeuren. Wanneer deze niet waar is gebeurt er iets anders.
    Waar een stelling aan moet voldoen zetten we tussen haakjes en wat er moet gebeuren plaatsen we tussen accolades.

    Voorbeeld:
    <script language="Javascript">
    <!--

    waarden declareren.

    IF (waarde voldoet aan een stelling)
    { Moet er dit gebeuren }

    ELSE IF (waarde voldoet aan een stelling)
    { Moet er dit gebeuren }

    ELSE
    { Gebeurt er dit }

    //-->
    </script>

    Tot slot van dit hoofdstuk nog het script van het voorbeeld wat we gebruiken. Je snapt wel dat je net zo veel stellingen kan maken als je zelf wilt. Het gedeelte ELSE IF kopiëren we dan gewoon en plaatsen we boven ELSE. Bekijk maar eens of je snapt wat er gebeurt.

    Voorbeeld:
    <script language="Javascript">
    <!--
    function voorbeeld()
    {
    geboortejaar = window.prompt("In welk jaar ben je geboren?","")
    if (geboortejaar<1980)
    { window.alert("je bent wat ouder") }
    else if (geboortejaar==1980)
    { window.alert("je bent ongeveer even oud") }
    else
    { window.alert("Je bent wat jonger") }
    }
    //-->
    </script>

    <p><input type="button" value="Voorbeeld" onClick="voorbeeld()">

    Dit hoofdstuk ging over voorwaarden en herhalingen. Je snapt nu wel dat dit alles te maken heeft met Boolean.
    Nu heb je de hele basis gehad van JavaScript. In de volgende hoofdstukken gaan we verder in op extra's die met JavaScript mogelijk zijn als Datum en tijd.

    Hoofdstuk 10: Extra: Datum en Tijd

    Hierboven zie je achtereenvolgens de dag; maand; datum; tijd (uren;minuten;seconden); tijdzone en tot slot het jaartal. Dit wordt ingesteld volgens de tijd en datum die op jouw computer staat ingesteld. Deze kunnen we trouwens heel eenvoudig afbeelden.

    Voorbeeld:
    <script language="Javascript">
    <!--
    datum=new Date();
    document.write(datum) /
    //-->
    </script>

    Je kunt zeggen dat je met datum=new Date(); de datum en tijd van je computer (systeem tijd geheten) inleest en we vervolgens deze gegevens gaan verwerken. In dit geval aflezen: document.write(datum)
    Nu printen we dus de hele datum en tijd. Natuurlijk is het mogelijk om delen er van uit te printen. Dit doen we door achter "datum" te vertellen wat we willen zien.

    Voorbeeld:
    <script language="Javascript">
    <!--
    datum=new Date();
    document.write(datum.getDay())
    //-->
    </script>

    Nu vragen we dus welke dag het is. Vreemd genoeg zien we nu dus een getal: ( )
    Dit getal staat, in dit geval voor Hoe weten we dit? De hele datum en tijd wordt gegeven en gewijzigd in getallen. We moeten dus gaan vertellen welk getal bij welke dag hoort. Er had net zo goed of appels kunnen staan. We moeten dus vertellen welk getal bij welke dag hoort. Zo is Zondag 0, maandag 1, dinsdag, 2, enz. In hoofdstuk 9 hebben we gezien hoe we dat kunnen doen. Bekijk de code maar eens.

    Voorbeeld:
    <SCRIPT LANGUAGE="Javascript">
    <!--
    function dag() {
    var dag = "";
    if ( datum.getDay() == 0 )
    dag = "zondag" ;
    else if ( datum.getDay() == 1 )
    dag = "maandag" ;
    else if ( datum.getDay() == 2 )
    dag = "dinsdag" ;
    else if ( datum.getDay() == 3 )
    dag = "woensdag" ;
    else if ( datum.getDay() == 4 )
    dag = "donderdag" ;
    else if ( datum.getDay() == 5 )
    dag = "vrijdag" ;
    else
    dag = "zaterdag" ;
    return dag;
    }

    datum = new Date();
    document.write(dag())
    // -->
    </SCRIPT>

    opmerking: == staat voor "gelijk aan"

    Volgende stap: Vervangen we document.write(datum.getDay()) door document.write(datum.getDate()) dan krijgen we de datum. Vandaag is het dus de e.

    We zullen eens alles op een rijtje zetten. Tot zover hebben we de dag en de datum: .

    Gaan we verder met de maand. datum.getMonth() Hier het zelfde probleem als bij de dag. Het is een getal. Januari=0; februari=1; enz. Dit kunnen we dus op de zelfde manier oplossen als bij "dag". Echter wil je het maandnummer afbeelden krijgen we Je ziet dat we eigenlijk 1 te kort komen. Tellen we gewoon 1 bij de datum op.

    Voorbeeld:
    <script language="Javascript">
    <!--
    datum=new Date();
    document.write(1 + datum.getMonth())
    //-->
    </script>

    Tot nu toe hebben we
    Dit kunnen we ook al, maar voor alle duidelijkheid zie je in het onderstaande voorbeeld hoe we alles achter elkaar kunnen uitprinten.

    Voorbeeld:
    <script language="Javascript">
    <!--
    datum=new Date();
    document.write(dag(), " ", datum.getDay(), "-", 1 + datum.getMonth())
    //-->
    </script>

    Net als de datum is er met het jaartal ook niets aan de hand. We leven in het jaar Dit doen we d.m.v. document.write(datum.getYear())

    Meer hebben we eigenlijk niet meer nodig. De tijd kunnen we ook uitprinten, op de zelfde manier: Je ziet wel dat de tijd stil staat.

    Voorbeeld:
    <script language="Javascript">
    <!--
    datum=new Date();
    document.write(datum.getHours(), ":", datum.getMinutes(), ":",
    datum.getSeconds())
    //-->
    </script>

  • met dank aan

    websitehulp.tripod.com