FUNCTIES

In de formulebalk is een kleine knop zichtbaar . Klik je daar op, dan kom je bij een wizard terecht die je toelaat om één van de honderden functies te selecteren die Excel rijk is.

Bovenstaand voorbeeld (lineaire afschrijving) wordt door boekhouders veel gebruikt... Wij gaan in deze kennismakingscursus slechts een paar functies bespreken. Deze functies zijn zo eenvoudig dat we zelfs geen gebruik gaan maken van de wizard. We gaan ze zelf schrijven in de cellen.... Hier volgen de functies:

=SOM(bereik) maakt de som van alles in het bereik
=GEMIDDELDE(bereik) maakt het gemiddelde van alles in het bereik
=AANTAL(bereik) geeft het aantal cellen met getallen in het bereik
=MIN(bereik) geeft de kleinste waarde in het bereik
=MAX(bereik) geeft de hoogste waarde in het bereik
=VANDAAG() zet de datum van vandaag op het blad. Deze functie heeft geen bereik.
=ALS(voorwaarde;  actie als voorwaarde juist is;   actie als voorwaarde fout is) Als aan een voorwaarde voldaan is wordt het tweede gedeelte uitgevoerd, anders wordt het derde gedeelte uitgevoerd.

Deze trefwoorden mogen ook in kleine letters geschreven worden. Tussen het trefwoord en het = teken mag er een spatie staan. Het bereik kan door klikken of slepen aangeduid worden. Het sluitend ronde haakje van je formule hoef je niet te typen. Excel doet dat wel voor je. Gewoon op enter duwen en de formule staat er. We demonstreren even met volgend filmpje:

Na het ingeven van de formules wordt de cel A1 leeggemaakt.
 Je ziet dat de resultaten zich aanpassen. Alleen het maximum wordt niet aangepast. Waarom?

Opgave:  typ volgende waarden over in Excel en pas op het bereik A1:B4 de functies toe: som, aantal, gemiddelde, min en max

De ALS functie is opgebouwd uit drie delen. Een voorbeeld zal alles duidelijk maken:

Hier zie je dat er gecontroleerd wordt of in cel B1 het cijfer 5 gehaald werd. Is dit zo dan komt de tekst "geslaagd" tevoorschijn. Anders komt er "niet geslaagd" op het scherm.

Na doorvoeren van de formule komt bij de 4 van Piet een niet geslaagd te staan. Aangezien er tekst in de cel komt moeten er aanhalingstekens gebruikt worden. Bij getallen is dit niet nodig. Merk ook op dat je tijdens het maken van de formule wat uitleg krijgt over de opbouw.