BASISBEGRIPPEN

In dit thema leren we, hoe we de computer kunnen opstarten, afzetten of afmelden. Maar ook hoe we een programma moeten starten en afsluiten.

De computer wordt als volgt opgestart: vooraan de computer zit er een START knop. De grootste (Zie 1) dient om de computer aan te zetten. Druk gedurende ongeveer 1 seconde op deze knop. Meestal zie je ook een aantal lichtjes (3) om de werking van de computer en de harde schijf aan te geven. In noodgevallen kan men de RESET knop gebruiken (2). Deze knop start de computer terug op, als een programma is vastgelopen.

Al naargelang het type computer kunnen de startknoppen verschillende vormen innemen.

 

Nadat de computer werd opgestart kunnen er zich twee mogelijkheden voordoen:

Eén gebruiker

Meerdere gebruikers

Je komt onmiddellijk op het bureaublad (naam van het eerste scherm) terecht. De verschillende gebruikers worden getoond. Je klikt met de muis op je gebruikersnaam. Er komt een invulvakje voor een wachtwoord. Je klikt in dit invulvakje en typt het wachtwoord in. (Wachtwoorden zijn hoofdletter gevoelig.) Daarna verschijnt ook het bureaublad (zie links)

Het voordeel van een gebruikersprofiel (mogelijkheid om met een wachtwoord aan te melden) is dat andere gebruikers niet zo vlug in je documenten, e-mails, favoriete webpagina's, enz,.. kunnen terecht komen. Werk je dus op één computer met meerdere mensen, maak dan een gebruikersprofiel aan. De werkwijze wordt uitgelegd in het volgende stukje van dit onderwerp.

Een programma (vb Word, Excel, Internet Explorer, Outlook Express,...) start je als volgt:

1) Door op een snelkoppeling (op het bureaublad) te dubbelkikken.

2)Door één maal te klikken in het werkbalkje 'snel starten'

 

3) Door via START=> Meest gebruikt programma's één maal te klikken

4)Door via START=> alle programma's één maal het gewenste programma aan te klikken.

 

Open zo op één van de verschillende wijzen, het tekstverwerkingsprogramma Word.

We sluiten dit programma nu af door rechtsboven op de te klikken. Als je reeds iets getypt hebt, zal een dialoogvenster (berichtje dat verschijnt als verwittiging) vragen of je de tekst wil opslaan (bewaren). Voorlopig klikken we Nee.

Wat als iemand anders de computer wil gebruiken?  Via de START knop hebben we de volgende mogelijkheden...

We hebben de keuze tussen afmelden....

Afmelden zal je activiteit beëindigen zodat een ander kan inloggen. Andere gebruiker laat  toe dat een ander zich aanmeldt om bvb zijn/haar mail op te halen. Hierbij hoef je je werk niet op te slaan. Van zodra deze gebruiker afmeldt zijn je programma's weer actief.

Wat als je de computer wil uitschakelen?

Uitschakelen en opnieuw optarten doen waarvoor ze staan. Opnieuw opstarten moet soms gebeuren als er een nieuw programma wordt geïnstalleerd. Dit programma wordt dan pas actief als er opnieuw wordt opgestart. Stand-by is een soort rusttoestand van de computer. Vanaf het ogenblik dat in deze toestand een toets wordt ingedrukt of de muis beweegt, gaat de computer weer verder met zijn activiteit.

Nu ben je in staat om de computer aan te zetten, een programma te openen, een programma te sluiten en de computer af te zetten of aan een andere gebruiker over te laten. We kunnen van start gaan....